Het internet is kapot en zo kunnen we het repareren

Het internet is kapot en zo kunnen we het repareren

Er was weinig tot op heden geen controle op het doen en laten van de grote techbedrijven als Apple, Facebook en Google. Verschillende misstanden - zoals het verspreiden van nepnieuws, het ontduiken van belastingen, verslaving aan digitale technologie, filterbubbels, de Russisische beïnvloeding tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen et cetera - zorgen nu voor een tech-backlash. 

Gratis blijkt toch niet echt gratis te zijn. De kosten van gratis zijn voor de maatschappij torenhoog. 

Als er een uitspraak is, die de afgelopen decennia een geheel eigen leven is gaan leiden en het internet blijvend heeft beïnvloed, dan is het wel “informatie wil vrij zijn”. De quote is afkomstig van Stewart Brand, oprichter van één van de allereerste internetgemeenschappen The WELL. Hij deed deze uitspraak in een debat met Steve Wozniak, oud mede-oprichter van Apple, over intellectueel eigendom tijdens de allereerste Hackers Conferentie in 1984.

Velen weten niet dat de uitspraak uit zijn context is gerukt en onderdeel uitmaakt van een groter citaat dat vele malen interessanter is:

“Aan de ene kant wil informatie duur zijn, omdat ze zo waardevol is. De juiste informatie op de juiste plaats verandert je leven gewoon. Aan de andere kant wil informatie bijna gratis zijn, omdat de kosten om informatie te verspreiden voortdurend lager worden. Je hebt dus deze twee kanten die tegen elkaar strijden.”

Ook de opmerking, “Informatie moet gratis zijn, maar uw tijd zou dat niet moeten zijn”, die Wozniak vervolgens maakte is het vermelden waard, omdat de gehele discussie de status van de huidige interneteconomie samenvat.

Schaarste

Het idee dat dingen eindig, oftewel schaars, zijn, heeft tot op heden ons denken over de fysieke economie gedomineerd. Met de komst van het internet is hier verandering ingekomen. Dankzij het ‘informatie wil vrij zijn’-mantra zijn we in de digitale economie van ‘overvloed’ terecht gekomen, omdat alles wat digitaal is, moeiteloos, kosteloos en zonder enig kwaliteitsverlies oneindig te kopiëren valt.

In zijn boek Free (2009) gaat Chris Anderson, oud-hoofdredacteur van Wired en tegenwoordig eigenaar van dronefabrikant 3D Robotics, uitgebreid in op bovenstaand gedachtegoed. Alles wat digitaal is, zal vroeg of laat gratis zijn, beweert hij. Dit omdat de marginale kosten voor het fabriceren van één extra product of dienst op internet nagenoeg nul zijn. Hetgeen overigens niet betekent dat gratis geen waarde vertegenwoordigt.

Naar beurswaarde gemeten, hebben de pijpleidingindustrieën van de twintigste eeuw stuivertje gewisseld met de whiz kids van Silicon Valley.

Talloze bedrijven uit Silicon Valley hebben een verdienmodel bedacht op basis van ‘gratis’. Bekende voorbeelden zijn Google en Facebook, de consument betaalt niets voor het gebruik van de zoekmachine en het sociale netwerk. De kosten worden gedekt door adverteerders die maar al te graag geld betalen voor de data die consumenten bij deze diensten achterlaten. Wij zijn zowel de grondstof als de eindverbruiker van hetgeen online verkocht wordt: als je er niet voor betaalt, dan ben je niet de consument, maar het product dat wordt verkocht. De gebruiker is niet de klant, maar de handelswaar. De werkelijke klant is de adverteerder.

De nieuwe macht

Onze aandacht levert platformbedrijven zoals Apple, Alphabet (het moederbedrijf van Google), Amazon en Facebook een reservoir op van vloeibare informatie die de economische waarde van de door hen geleverde diensten ver overstijgt. Des te meer functionaliteiten aan het platform worden toegevoegd en des te meer mensen gebruikmaken van deze diensten en dus hun data aan het platform verstrekken, hoe waardevoller – en daarmee aantrekkelijker – het platform wordt voor nieuwe gebruikers en deelnemers.

Deze zogeheten netwerkeffecten hebben de platformbedrijven overduidelijk geen windeieren gelegd. Naar beurswaarde gemeten, hebben de pijpleidingindustrieën van de twintigste eeuw stuivertje gewisseld met de whiz kids van Silicon Valley. Apple, Alphabet, Microsoft en Amazon zijn op dit moment de vier grootste bedrijven van de wereld. Het Aziatische Tencent staat op de vijfde plek en ook Alibaba en Samsung Electronics zijn met een indrukwekkende opmars bezig zijn. Acht van ’s werelds hoogst gewaardeerde bedrijven zijn technologie bedrijven. Hun gezamenlijk marktkapitalisatie bedraagt rond de 4,7 biljoen dollar. Dat is 30 procent van de gecombineerde marktkapitalisatie van de overige 92 bedrijven in de top 100 van 's werelds meest waardevolle bedrijven. Duidelijk is dat op de beurs data daadwerkelijk de nieuwe olie zijn.

Tech-backlash

Tot op heden konden deze bedrijven onbeperkt groeien. Er was weinig tot geen controle op hun doen en laten. Verschillende misstanden - zoals het verspreiden van nepnieuws, het ontduiken van belastingen, verslaving aan digitale technologie, filterbubbels, de Russisische beïnvloeding tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen et cetera - zorgen nu voor een tech-backlash.

Gratis blijkt toch niet echt gratis te zijn. De kosten van gratis zijn voor de maatschappij torenhoog. Een van de allereerste klokkenluiders was de uitvinder van het Wereld Wijde Web, Tim Berners Lee, zelf. Hij zag het web ooit voor zich als een open platform dat iedereen in staat zou stellen om informatie te delen, kansen te benutten en samen te werken over geografische en culturele grenzen heen.

Het gat tussen wat technisch en financieel haalbaar is en wat volgens de overheid sociaal aanvaardbaar en moreel wenselijk is, wordt dus alleen maar groter.

Het terugdraaien van netneutraliteitsbescherming, het verliezen van de controle over onze eigen data, de verspreiding van nepnieuws, propaganda en de toenemende polarisatie van het web bedreigen volgens hem de openheid van het web. Niet verwonderlijk dat de vraag om regulering toeneemt en eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededingingszaken) momenteel hoge ogen gooit met haar belastingaangiftes. Vraag is of deze vorm van regulering door de Europese Commissie zin heeft? Bedrijven worden immers bestraft voor hun daden uit het verleden, terwijl de technologie in de tussentijd niet heeft stilgestaan. Bedrijven lopen technisch gezien mijlenver vooruit op hetgeen overheidsinstanties denken dat mogelijk is. Het gat tussen wat technisch en financieel haalbaar is en wat volgens de overheid sociaal aanvaardbaar en moreel wenselijk is, wordt dus alleen maar groter.

Ontwerpfout

Bovenstaande problematiek is allemaal te herleiden naar een fundamentele ontwerpfout in de architectuur van het internet. Netwerkprotocollen - zoals TCP/IP, HTTP, SMTP en FTP - zijn uitermate geschikt om om data te distribueren, maar bijzonder slecht om diezelfde data te bewaren. Bovenop deze zogeheten “thin”-protocollen hebben bedrijven als Google, Facebook et cetera allerlei applicaties en diensten ontwikkeld die voor hen een enorme hoeveelheid aan economische waarde genereren.

Hun digitale platformen zijn in staat om astronomische hoeveelheden aan Big Data te verzamelen, te bewaren, te filteren, te combineren, te analyseren en raad te plegen waarmee uiterst efficiënt makers, aanbieders en afnemers van goederen, diensten en informatie met elkaar worden verbonden. Het blockchainprotocol is het tegengif voor deze vorm van het datakapitalisme. Het heeft de belofte in zich om de machtspositie van de grote platformbedrijven te doorbreken, omdat het in tegenstelling tot andere netwerkprotocollen, zoals TCP/IP, HTTP, SMTP en FTP, niet een “thin”, maar een “fat”-protocol is.

Het blockchainprotocol kantelt het “winner-takes-all”-model dus om, data wordt nu wel op het allerlaagste niveau - in het protocol zelf - opgeslagen. Uiteraard kunnen op deze laag ook allerlei applicaties worden gebouwd, maar het biedt de makers niet de voordelen die de eerder genoemde platformbedrijven hebben, omdat de waarde van de data dit systeem niet verlaat, deze blijft toebehoren aan de eigenaren van de data. Data-netwerkeffecten komen dus ook bij hen terecht.

Tot op heden bestaat schaarste in het digitale tijdperk niet. Het blockchainprotocol brengt hier echter verandering in. De onherroepelijke kern van blockchain is digitale schaarste (lees ook nog eens mijn artikel uit 2014: Een wereld van digitale schaarste is de 'nieuwe normaal'). Dankzij het decentraal gedistribueerde grootboek is mathematisch onomstotelijk vast te stellen aan wie waarde of eigendom toebehoort. 

Niet voor niets wordt blockchain ook wel het ontbrekende vijfde protocol van de Internet Protocol Stack genoemd. Het netwerkprotocol slaat hiermee een brug tussen de fysieke en de digitale wereld. Twee werelden die voorheen gescheiden waren, zijn vanaf heden voorgoed onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waarde en eigendom kunnen nu frictieloos over het internet stromen, net zoals content dat doet. Dit opent de weg naar tal van innovaties, waarvan de cryptomunt Bitcoin en de CryptoKitties de beste business cases zijn.

De democratisering van het internet

Overal waar we nu om ons heen kijken, zien we geïnstitutionaliseerde hiërarchieën terug. Het is tot op heden de enige manier om met elkaar op grote schaal samen te leven en te werken. Nu beginnen we in te zien dat institutioneel vertrouwen niet langer werkt in het digitale tijdperk. De disruptie zit niet in de technologie, maar in een nieuw maatschappelijk concept voor vertrouwen.

Technologie verandert de sociale lijm van de maatschappij. Digitale schaarste maakt vertrouwen schaalbaar tot in het oneindige. Systemen zijn niet langer gebonden aan een limiet. Dit maakt de stap mogelijk van grote, gecentraliseerde bureaucratische hiërarchieën naar door technologie gedreven gedistribueerde, bottom-up netwerken die bestaan uit individuen en communities. Dit is de ontwrichting die we in de komende jaren gaan meemaken. De toekomst is hiermee het tegenovergestelde van de gecentraliseerde 20ste eeuw.

Het betekent de demonipolisering van geld en de financiële dienstverlening, waardoor het internet ’s werelds grootste investeringsmarkt wordt. Iedereen kan een bank worden door zijn eigen munt cq. token uit te brengen, mits er geïnteresseerden zijn om jouw valuta te kopen en in het dagelijkse leven te gebruiken. Geld stroomt zo niet naar de bankrekening van de grote platformbedrijven toe, maar komt direct in handen terecht van de personen die het daadwerkelijk inzetten voor de realisatie van hun idee.

Zo zorgt de democratiserende werking van informatietechnologie ervoor dat de macht van de elite naar de massa verschuift. Het individu krijgt hierdoor een andere plaats in de waardecreatie en als gevolg hiervan ontstaat een peer-to-peer economie die de gevestigde orde in haar bestaan bedreigt. Delen is het nieuwe hebben en de menigte is het nieuwe bedrijf. Platformen als Airbnb, Github, Homejoy, Uber, Kickstarter, Bitcoin, TaskRabbit en Coursera zijn het voorland van deze ontwikkeling.

Deze initiatieven laten zien wat het betekent wanneer digitale netwerken worden uitgerold in de fysieke wereld. De consument is het hotel, het schoonmaakbedrijf, de taxi centrale, de startup, de bank, het uitzendbureau en de leraar. Het betekent een aardverschuiving in de manier waarop we leven, werken, spelen, reizen, maken, leren, bankieren en consumeren. Met blockchain wordt de democratisering van het internet eindelijk werkelijkheid, precies zoals Tim Berners Lee het oorspronkelijk bedoeld heeft.


Delen

0
0


Er zijn 0 reacties op dit artikel

Plaats zelf een reactie

Log in zodat je (in het vervolg) nóg sneller kunt reageren

Vul jouw naam in.
Vul jouw e-mailadres in. Vul een geldig e-mailadres in.
Vul jouw reactie in.

Herhaal de tekens die je ziet in de afbeelding hieronder


Let op: je reactie blijft voor altijd staan. We verwijderen deze dus later niet als je op zoek bent naar een nieuwe werkgever (of schoonmoeder). Reacties die beledigend zijn of zelfpromotioneel daarentegen, verwijderen we maar al te graag. Door te reageren ga je akkoord met onze voorwaarden.